Ik was al zoekend naar beter begrip maar nog met maar weinig video,
zoals: wat betekent toch die valversnelling van 9,81 m/s²?
In de 2e aflevering: The Law of Falling Bodies
wordt er nader op ingegaan
dat in een vacuum alle objecten met dezelfde versnelling zouden vallen,
wat zou indruisen met onze intuitie: het gebeurt alleen in vacuum,
niet in de ons zichtbare wereld;
Na 6 minuten zijn er astronauten op de maan te zien
die voorwerpen laten vallen en die Galileo gelijk geven;
Ook wordt er ingegaan op geschiedenis van ontdekking van valversnelling
via Da Vinci en Galileo
en na 11 minuten dat wat ik al een tijd aan het zoeken was:
een uitleg ivm valversnelling met meter per seconde in kwadraat...
---
Schreef ik dat goed?
De bedoelde uitleg vond ik nogal indrukwekkend, intussen zag ik dat meerdere malen,
en ik probeer het 'met eigen woorden' te beschrijven.
Na 1e tijdsinterval valt een object 1eenheid van afstand;
Na 2e tijdsinterval 4 eenheden;
Na 3e tijdsinterval 9 eenheden;
etc.
Als seconde wordt gehanteerd als tijdseenheid,
dan is de eenheid van afstand 9,81 m/s.
Of?
---
Vorige ook via
Universele gravitatietheorie?
Ik zou het graag beter willen begrijpen.
Intussen verzamelde ik allerlei informatie en zag oa bij sterrenkunde.nl/index/encyclopedie/newton:
Alle planetaire bewegingen, die empirisch waren beschreven door de drie wetten van Kepler, konden worden afgeleid uit één fundamentele wet, de wet van de universele gravitatie. Deze wet luidt: de kracht tussen twee lichamen is gericht langs hun verbindings lijn en is recht evenredig aan het product van hun massa's en omgekeerd evenredig met het kradraat van hun afstand.
Ik zou graag verder willen 'discussieren' wat dit betreft.
---
Volgende nog nergens anders: 26-06-'07
Er is de kwestie: opgeblazen ballon en vacuum en gravitatie.
Ik vraag me wel eens af of die universele gravitatietheorie niet -helemaal- klopt
en dat massabepalingen van planeten min of meer zijn geformuleerd om Newton gelijk te geven.
En er is de kwestie 'donkere materie.'
Ik denk via Internet een professor te kunnen citeren die beweert dat
'donkere materie duwt sterrenstelsel misschien niet helemaal van elkaar af
maar het is wel materie wat gevoelig is voor zwaartekracht...'
---
is er te lezen:
de Wetten van Kepler. Deze wet geeft een relatie tussen de omlooptijd P van een hemellichaam en de lengte van de halve lange as a. Deze is: P2/ a3 = constant. Alleen de maan voldoet niet aan deze wetmatigheid.
Galilei ontdekte de manen van Jupiter. Hij stelde vast dat deze manen zich onderling wel houden aan de derde wet, maar met een andere constante dan de planeten. Kennelijk is de derde wet van Kepler wel geldig, maar heeft de constante niet altijd dezelfde waarde. Maar dan is de aardse maan niet zo dissident meer: voor de aardse maan geldt wéér een andere constante.
Waardoor wordt nu die constante bepaald? Laten we eens kijken naar de drie verschillende constanten:
Een constante van 9,83.10-19 s2/m3 voor het stelsel
Een constante van 2,95.10-19 s2/m3 voor de stelsels
- Aarde-zon
- Zon-Mercurius
- Zon-Venus
- Zon-Mars
- Zon-Jupiter
- Zon-Saturnus
Een constante van 1,7.10-13 s2/m3 voor de stelsels
- Jupiter-Io
- Jupiter-Europa
- Jupiter-Ganymedes
- Jupiter-Callisto
Wat kunnen we hieruit concluderen? Bekijken we de drie rijtjes, dan blijkt dat alle waarden van ieder rijtje een hemellichaam gemeenschappelijk hebben. In het tweede rijtje is dat de zon, en in het derde is het Jupiter. Kennelijk is er in ieder stelsel één hemellichaam dat dicteert hoe groot de constante is. In het geval van Jupiter is het bovendien duidelijk zichtbaar dat Jupiter groter is dan de vier manen, en dat Jupiter in het midden staat (dat wil zeggen dat Jupiter een gelijkmatiger beweging maakt tussen de sterren dan de vier manen). In het tweede rijtje dicteert de zon hoe groot de constante is, en wellicht kan daaruit geconcludeerd worden dat de zon verreweg het grootst is, en bovendien dat de zon in het midden staat.
|